Gallicismen: Franse woorden in uw woordenschat

Gallicismen: De Franse invloed op de Nederlandse taal
Veel mensen klagen over de toenemende invloed van het Engels op de Nederlandse taal. Daarbij vergeten ze echter hoeveel woorden van Franse oorsprong (gallicismen) zij dagelijks gebruiken. Gallicismen zijn woorden die hun oorsprong in het Frans hebben, maar volledig zijn ingeburgerd in de Nederlandse woordenschat en ook zo worden erkend.
Oorsprong van Gallicismen
De invloed van het Frans op de Nederlandse taal gaat ver terug in de geschiedenis. In de 18e eeuw was de Franse taal aan de Europese hoven dominant, waardoor veel invloedrijke personen de taal beheersten. Tijdens de napoleontische periode werden eveneens veel Franse termen overgenomen.
Gallicismen, net als anglicismen, vallen onder de noemer leenwoorden. Dit zijn woorden die afkomstig zijn uit een andere taal. Naast het Frans en Engels, heeft ook het Latijn een aanzienlijke bijdrage geleverd aan de Nederlandse woordenschat.
Voorbeelden van Gallicismen in het Nederlands
Hieronder volgt een lijst met enkele bekende gallicismen die in het Nederlands worden gebruikt. Dit is echter slechts een greep uit het totale aantal:
- Abonnement (l’abonnement)
- Accessoire (l’accessoire)
- Adres (l’adresse)
- Alarm (l’alarme)
- Apropos (à propos)
- Arrogant (arrogant)
- Balkon (le balcon)
- Bagatel (la bagatelle)
- Bonbon (le bonbon)
- Boulevard (le boulevard)
- Chapeau (respect, hulde) (chapeau)
- Charme (le charme)
- Cher(e) (liefste) (le chéri, la chérie)
- Clou (hoogtepunt, pointe) (le clou)
- Courage (moed) (le courage)
- Cousin(e) (le cousin, la cousine)
- Debacle (la débâcle)
- Etage (l’étage)
- Garantie (la garantie)
- Guirlande (la guirlande)
- Jaloezie (la jalousie)
- Jongleren (jongler)
- Kantine (la cantine)
- Massage (le massage)
- Menno (oh nee) (mais non)
- Meubel (le meuble)
- Pardon (excuseer) (pardon)
- Parfum (le parfum)
- Resumé (le résumé)
- Roman (la romance)
- Chique (chic)
- Souvenir (le souvenir)
- Tête-à-tête (gesprek onder twee) (le tête-à-tête)
- Toernooi (le tournoi)
- Sigaret (la cigarette)
Scheingallicismen
Naast de echte gallicismen zijn er ook woorden die een Franse oorsprong suggereren, maar in het Frans zelf onbekend zijn of een andere betekenis hebben. Dit worden scheingallicismen genoemd. Enkele voorbeelden zijn:
- Regisseur (le réalisateur)
- Tricot (le maillot)
- Blamage (la honte)
- Gordijn (le rideau)
- Kouriert (l’enveloppe)
- Kapper (le coiffeur)
Dit fenomeen komt ook voor bij anglicismen. Vraag een Engelstalige naar zijn ‘handy’, en hij zal je vreemd aankijken, want ‘handy’ betekent in het Engels ‘handig’ of ‘praktisch’. Een mobiele telefoon wordt daar een ‘mobile phone’ of ‘smartphone’ genoemd.

