Zelf een zoete aardappelplant kweken

Zoete aardappelplantjes kunnen dienen als een originele tafeldecoratie of als kamerplant. Ze zijn eenvoudig zelf te kweken met een glas en een zoete aardappel.
Als zoete aardappels in de groentemand uitlopen, kunnen ze gebruikt worden om kleine plantjes te kweken. De knol zal in een glas met water na enkele weken veel wortels ontwikkelen, waarna scheuten en groene bladeren beginnen te groeien.
Benodigdheden
- Zoete aardappels
- Glazen (bijvoorbeeld limonadeglazen van 450 ml)
- Water
Zoete aardappel kweken in een glas – stap voor stap
Stap 1: Zoete aardappel selecteren
Kies een zoete aardappel zonder uiterlijke beschadigingen om in het waterglas te plaatsen. Een beschadigde schil kan leiden tot verrotting in het water. Als de zoete aardappel al een kleine scheut heeft, is dat een voordeel voor succesvolle ontkieming.
Stap 2: Zoete aardappel in het glas plaatsen
Plaats de zoete aardappel verticaal, met het smalle uiteinde naar boven, in een glas dat voor de helft gevuld is met water.
Stap 3: Zonnige plek kiezen
Zet het glas met de zoete aardappel op een warme, zonnige plek, bij voorkeur op de vensterbank.
Stap 4: Water regelmatig verversen
Ververs het water één tot twee keer per week. Vers water is essentieel om te voorkomen dat de knol gaat rotten. De eerste bladeren verschijnen pas als er voldoende wortels zijn gevormd. Dit proces kan, afhankelijk van de knol, ongeveer vijf tot zes weken duren, waarna een rankend plantje ontstaat.
Zoete aardappelplantje als decoratie of cadeau
De ranken van de zoete aardappel kunnen behoorlijk lang worden. Voor gebruik als tafeldecoratie kunnen de lange scheuten eenvoudig worden ingekort. Dit stimuleert de groei van nieuwe scheuten vanaf de onderkant, wat zorgt voor meer volume. De plantjes kunnen ook als decoratie voor evenementen worden gebruikt en achteraf aan gasten worden meegegeven.
Zoete aardappel in de tuin verplanten
Vanaf mei, wanneer de scheuten lang genoeg zijn (circa 20 tot 30 centimeter), kan de knol buiten worden geplant. Plant de knol slechts voor de helft in de grond; de andere helft moet boven de aarde uitsteken.


